Kasstroomprognose
We leiden de kasstroomprognose af van de balansprognose. Dit geeft inzicht in de achterliggende bronnen die de ingaande en uitgaande kasstromen veroorzaken.
Operationele activiteiten zijn transacties die vaak leiden tot opbrengsten en kosten. Dit volgt uit de normale bedrijfsvoering en uitvoering van beleid. Hieruit vloeit een zogenaamde operationele kasstroom. Deze is positief (€ 5.620).
De investeringskasstroom geeft aan hoeveel we willen uitgeven aan investeringen. Deze geldstroom is negatief (€- 32.982). Omdat we geld uitgeven aan investeringen.
Als laatste kennen we de kasstroom uit financieringsactiviteiten. Deze bestaat uit de opname en aflossingen van geldleningen.
Bedragen x € 1.000 | ||
Kasstroom uit operationele activiteiten | ||
Saldo begroting | 0 | |
Afschrijvingen | 0 | |
Mutatie werkkapitaal | 2.618 | |
- Mutatie voorraden | 0 | |
- Mutatie vorderingen | 0 | |
- Mutatie kortlopende schulden excl. Bankschulden | 2.618 | |
Onttrekkingen reserves | -1.920 | |
Toevoegingen reserves | 381 | |
Onttrekkingen voorzieningen | -2.741 | |
Toevoegingen voorzieningen | 2.015 | |
Totaal uit operationele activiteiten | 353 | |
Kasstroom uit investeringsactiviteiten | ||
Investeringen materiële vaste activa | 0 | |
Desinvesteringen materiële vaste activa (bijdrage derden) | 0 | |
Investeringen financiële vaste activa | 0 | |
Desinvesteringen financiële vaste activa | 0 | |
Totaal investeringsactiviteiten | - | |
Kasstroom uit financieringsactiviteiten | ||
Opname langlopende geldleningen | 30.000 | |
Aflossing langlopende geldleningen | -2.638 | |
Mutatie kasgeldleningen | 0 | |
Totaal financieringsactiviteiten | 27.362 | |
Mutatie geldmiddelen | 27.715 | |
De mutatie in geldmiddelen is als volgt te specificeren: | ||
Liquide middelen ultimo vorig dienstjaar: | 500 | |
Liquide middelen ultimo dienstjaar: | 500 | |
Afname liquide middelen | 0 | |
Netto schuldpositie
Per saldo constateren we dat we meer geld willen uitgeven aan investeringen dan we overhouden uit onze operationele geldstroom. Dat houdt in dat we meer geld gaan lenen, onze schuldpositie slechter wordt en onze begroting minder wendbaar. Ondanks deze ontwikkelingen blijft onze begroting wendbaar. Dit is terug te zien in de paragraaf weerstandsvermogen.
In onderstaand beeld geven we weer:
- Hoe de schuldpositie zich ontwikkelt ten opzichte van de investeringsambities.
- Hoe de schuldpositie zich ontwikkelt ten opzichte van de normen van de VNG.

Liquiditeitsplanning
In 2027 is er sprake van een liquiditeitstekort van ongeveer € 27 miljoen. De rente op kort geld (< 1 jaar) is lager. Daarom financieren we het liquiditeitstekort met kasgeldleningen (kort geld). Dit doen we zolang deze situatie zich voordoet en we binnen de kasgeldlimiet blijven.
Stijgt de rente op korte termijn? Dan overwegen we om een deel van het tekort met een langlopende geldlening te financieren. Het verloop van de liquiditeiten is sterk afhankelijk van de tijd. En of voorgenomen investeringen worden gerealiseerd. Per kwartaal brengen we de liquiditeiten in beeld en beslissen we hoe één en ander te financieren.
De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is de huisbankier van de gemeente.
Nagenoeg al het gemeentelijk betalingsverkeer loopt via deze bank. Contant geldverkeer beperken we zoveel mogelijk.
Schatkistbankieren
Sinds 15 december 2013 moeten overheidsorganisaties meedoen aan schatkistbankieren. Dit betekent dat we geld dat we niet direct nodig hebben, moeten storten bij het Ministerie van Financiën. We mogen alleen een klein bedrag zelf houden. Voor ons is dat maximaal € 2.700.000. Dit bedrag is 2% van onze jaarlijkse begroting van ongeveer € 135 miljoen.
Het doel van schatkistbankieren is om de gezamenlijke schuld van alle overheden in Nederland (de zogenaamde EMU-schuld) zo laag mogelijk te houden. EMU staat voor Economische en Monetaire Unie. Elk jaar berekent het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hoeveel geld alle overheidsorganisaties samen tekortkomen of overhouden. Dit heet het EMU-saldo.
Een positief EMU-saldo betekent dat een overheid geld overhoudt. Een negatief saldo betekent dat er meer geld is uitgegeven dan ontvangen. Alle EMU-saldi van gemeenten, provincies en het Rijk worden bij elkaar opgeteld. Het totale tekort van alle overheden samen mag niet groter zijn dan 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP), dat is de totale waarde van alles wat in Nederland wordt verdiend.
Onze bijdrage aan dit EMU-saldo is als volgt:
2027 | 2028 | 2029 | |||||
Omschrijving | x € 1.000 | x € 1.000 | x € 1.000 | ||||
raming | raming | raming | |||||
1 | Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) | -1.211 | -3.239 | -4.071 | |||
2 | Mutatie (im)materiële vaste activa | 33.080 | 25.611 | 35.625 | |||
3 | Mutatie voorzieningen | 726 | -40 | 45 | |||
4 | Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) | ||||||
5 | Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa | ||||||
Berekend EMU-saldo | -33.566 | -28.889 | -39.651 | ||||
